Stilaan bereikt de leefbaarheid van onze stedelijke omgevingen in Vlaanderen, Brussel en Wallonië zijn grenzen. Onze “ruimte” is een schaars goed geworden. Vlaanderen is daarbij één van de drukst bewoonde regio’s van Europa. De gestage groei van de bevolking en annex dorpen en steden zorgen voor een ongeziene druk op de leefomgeving en de natuur.“Groen” maakt versneld plaats voor het “Grijs” van de verharde en bebouwde oppervlakte. Nochtans staat de kleur groen bekend als rustgevend en grijs als deprimerend.

Een doordacht verbinden van de ruimtelijke sectoren (landbouw, industrie, wonen, natuur, sport en ontspanning) kan ervoor zorgen dat groen dienst doet als verbindingsplaats (hub) voor een leefbare, waardevolle stad. Tot op vandaag doet "groen" nog teveel dienst als opvulling, zoals een schilderij thuis. "Groen" dient een wezenlijk onderdeel te zijn van de ruimtelijke inrichting. Onze aanpak zorgt ervoor dat groen vanaf het begin een essentieel onderdeel vormt van elk nieuw ontwerpproject. Nieuwe technieken en een doorgedreven samenwerking (al dan niet financiëel) tussen de verschillende actoren (overheden, promotoren, burgers, ontwikkelaars, nutsmaatschappijen) zorgen ervoor dat onze ruimte terug voor iedereen leefbaar wordt.

Voorbeelden wijzen op een dalende criminaliteit en op een stijging van werkgelegenheid en toerisme-inkomsten. De natuur zelf wint aan biodiversiteit en de negatieve effecten van "verstening" zoals overstromingen en te sterke opwarming in de steden worden in de kiem gesmoord.

Via onze Aghor Urban website, willen we de verschillende factoren informeren over de nieuwste mogelijkheden om samen tot een duurzame, sociale, economische en ecologische integratie van "groen" in openbare ruimte te komen.

Aghor Landscape (www.aghorlandscape.be) is één van de voornaamste leveranciers voor (tuin)aannemers en openbare besturen in België. Via een sterk netwerk van depots en technische ondersteuning "on the field" zijn we een belangrijke handelspartner voor alle bedrijven en overheden actief in de "groene ruimte".